Buckaroo Support

Terminologie

In de betaalwereld worden veel afkortingen en specifieke termen gebruikt. Daarbij is het goed om te weten wat deze termen betekenen. Hieronder worden deze uitgelegd. 

  • DGA =  Directeur-grootaandeelhouder = Persoon welke werkt bij een besloten vennootschap of naamloze vennootschap. Daarbij bekleedt deze persoon een relatief hoge bestuurlijke functie en bezit ook een groot deel van de aandelen in het bedrijf.
  • UBO = Ultimate Beneficial Owner = De uiteindelijk belanghebbende persoon van een organisatie. Het betreft een natuurlijke persoon die:

    - Een belang heeft van meer dan 25% in het kapitaal van de rechtspersoon
    - Meer dan 25% van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering
    - Begunstigde is van meer dan 25% van het vermogen van de rechtspersoon

  • Mandaat referentie = machtigingskenmerk = Een door de Merchant gegenereerd uniek nummer met verwijzing naar de afgegeven machtiging
  • Incassanten ID = Creditor identifier = Het unieke kenmerk waarmee de gemachtigde te identificeren is. Iedere partij die in het SEPA-gebied opdracht mag geven aan de bank om automatisch geld te incasseren van een klant heeft zo’n kenmerk. Samen met het machtigingskenmerk vormt het Incassant-ID een unieke combinatie voor elke incassotransactie.
  • REST = REpresentational State Transfer = Een architectuur stijl welke een set van verbanden vastlegt voor het bouwen van web services. Web Services welke volgens de REST architectuur worden gebouwd worden ook wel RESTful web services genoemd. Deze services zorgen voor een uitwisselingsplatform tussen computers op het internet. In eenvoudige woorden : REST is een manier om het transport van data te beheersen of bewaken.
  • JSON = JavaScript Object Notation = Een gestandaardiseerd gegevensformaat. JSON maakt gebruik van een voor de mens leesbare tekst in de vorm van data-objecten die bestaan uit één of meer attributen met bijbehorende waarde. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt voor uitwisseling van data tussen server en webapplicatie, als een alternatief voor SOAP/XML.
  • Journaalpost = Geeft bij dubbel boekhouden voor financiële feiten aan welke grootboekrekeningen gedebiteerd en gecrediteerd worden. Voor elke journaalpost zijn het totaal van het debet- en creditbedrag gelijk. Een journaalpost bestaat dan ook altijd uit minimaal twee regels, het zijn er vaak ook meer.
  • Grootboek = Een grootboek omvat een verzameling van alle grootboekrekeningen.
  • Grootboekrekening = Ledger = Een grootboek is opgesteld uit verschillende grootboekrekeningen, waarmee inzicht wordt gegeven in de kosten en opbrengsten van een onderneming. Iedere grootboekrekening heeft een uniek nummer en omschrijving.
  • Balansrekening = Rekeningen waarop de gelden die op de balans van een bedrijf worden genoemd zoals: gebouw, inventaris, machine, eigen vermogen, lening, bank, debiteuren, crediteuren en kas.
  • Resultatenrekening = Rekeningen waarop de volgende soorten gelden staan : inkopen, verkopen, reiskosten, salarissen, computerkosten, advertentiekosten en rente.